Zo richt je een MRp in passend onderwijs op

Elk samenwerkingsverband in passend onderwijs moet een medezeggenschapsraad voor personeel (een MRp) hebben. Na het lezen van dit artikel met uitleg, richtlijnen en te nemen stappen kun je deze zelf, zonder moeite opstarten.

Elk samenwerkingsverband een MRp
Stappenplan voor het oprichten van een MRp
Bevoegdheden MRp en OPR
Het ondersteuningsplan
(Verplichte) activiteiten en inzet van personeel
Voorbeelden medezeggenschapsdocumenten

Elk samenwerkingsverband een MRp

Volgens de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) artikel 3, lid 5 moet elk samenwerkingsverband waar twee of meer personeelsleden werken, formeel een MR voor personeel (MRp) vormen. Het gaat daarbij om personeel dat in dienst is bij het samenwerkingsverband en personeel dat voor langer dan zes maanden bij het samenwerkingsverband is gedetacheerd of ingehuurd via bijvoorbeeld een uitzendbureau of payroll-organisatie. De directeur/bestuurder telt, als hij of zij namens het bevoegd gezag gesprekspartner is van de ondersteuningsplanraad (OPR) of de MRp, niet mee als personeelslid. In de praktijk blijkt dat samenwerkingsverbanden met weinig personeel (minder dan 5 tot 10 mensen) vaak geen MRp hebben. Onverstandig, want zonder MRp kunnen personeelsleden geen bezwaar maken tegen besluiten van het bestuur die niet volgens de WMS tot stand zijn gekomen.

Stappenplan oprichten van een MRp

Artikel 44 van de WMS zegt dat er een voorlopige medezeggenschapsraad voor personeel (VMRp) kan worden opgericht als er nog geen MRp is. De voornaamste taak van deze VMRp is het voorbereiden van een MRp. De volgende stappen helpen je op weg naar een MRp.

Vorm een werkgroep

  • Nodig personeelsleden die werken bij het samenwerkingsverband uit om deel te nemen aan een voorbereidingsgroep. Vorm met minimaal twee mensen een werkgroep of VMRp.
  • Zorg voor een goede afspiegeling van het personeel in de werkgroep.

Maak een voorstel voor het reglement en statuut

  • Verschillende modelreglementen kun je downloaden op voo.nl;
  • Neem alle keuzemogelijkheden in het reglement met de werkgroep door;
  • Bekijk de positie van specifieke groepen personeel in het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld het personeel werkzaam op een orthopedagogisch didactisch centrum);
  • Bekijk op welke punten het medezeggenschapsstatuut van het samenwerkingsverband moet worden aangepast. Stem dit af met de ondersteuningsplanraad (OPR);
  • Schakel indien nodig een adviseur in om de concepten te checken;
  • Stel het voorstel voor het reglement en statuut in de werkgroep vast;
  • Formuleer een advies aan het bestuur van het samenwerkingsverband met daarbij het voorgestelde reglement en statuut.

Leg het reglement en statuut vast

  • Op basis van het advies van de werkgroep legt het bestuur een concept reglement en statuut vast;
  • Verzoek de OPR om instemming met het gewijzigde statuut (twee derde meerderheid).

Organiseer de oprichting van de eerste MRp

  • Roep kandidaten op die belangstelling hebben voor de MRp;
  • Houd verkiezingen bij meer kandidaten dan zetels;
  • Zorg voor de bemensing van de MRp en stel een datum voor een eerste vergadering vast.

Stel de MRp formeel in

  • Benoem de leden van de MRp op de eerste vergadering;
  • Verzoek de MRp om instemming met het reglement en statuut (twee derde meerderheid);
  • Stel de MRp voor aan al het personeel en laat weten hoe de MRp te bereiken is;
  • Na de verkregen instemming kan het bestuur de documenten formeel vaststellen;
  • De MRp maakt de eerste werkafspraken.

Bevoegdheden MRp en OPR

Elk samenwerkingsverband passend onderwijs heeft een ondersteuningsplanraad, de OPR. De OPR is het medezeggenschapsorgaan van het samenwerkingsverband en heeft net als een (G)MR op een school alle algemene bevoegdheden (recht op informatie, recht op overleg, initiatiefrecht). De MR van de scholen vaardigen de leden van de OPR af. Iedere ouder (in het voortgezet onderwijs ook leerling) en ieder personeelslid van een school of -bestuur mag zich kandidaat stellen. Veel samenwerkingsverbanden hebben personeelsleden in dienst die niet op één van de scholen in het samenwerkingsverband werken. Deze personeelsleden kunnen daarom geen lid zijn van een OPR. Voor hen is de MRp hét medezeggenschapsorgaan om hun belangen te behartigen. In tegenstelling tot de MRp heeft de OPR instemmingsrecht op het ondersteuningsplan. Daarmee speelt de OPR een grote rol bij het onderwijskundig beleid en het formatiebeleid. Dat raakt ook het personeel dat werkt bij het samenwerkingsverband. De uitwerking van het ondersteuningsplan komt wél in de MRp aan de orde. Het accent ligt dan op de onderwerpen die het personeel direct aangaan. Dat zijn vooral de onderwerpen die genoemd staan in artikel 12 van de WMS (instemmingsrecht personeel) en een aantal adviesrechten. Op hoofdpunten zijn dit:

Personeelsplanning, organisatie en de inzet van mensen

  • Organisatie van (het bureau van) het samenwerkingsverband;
  • Aanstelling en ontslag van de directie van het samenwerkingsverband;
  • Taakverdeling binnen het management van het samenwerkingsverband;
  • Aanstellingen in functies, functiegebouw en de omvang van de functies binnen de formatie;
  • Keuze voor ontslagbeleid of werkgelegenheidsbeleid;
  • Mobiliteitsbeleid;
  • Taakbeleid en de invulling van de 40-urige werkweek;
  • Regeling voor de werk- en rusttijden en een tijd- en plaatsgebonden werktijdenregeling;
  • Verlof en vakantie;
  • Werkreglement;
  • Invulling van het werkoverleg;
  • Arbeidsomstandigheden (veiligheid, welzijn, gezondheid);
  • Secundaire arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld woon-werkverkeer en dienstreizen);
  • Stagebeleid;
  • Sponsering

Personele ontwikkeling

  • Beleid over het functioneren en beoordelen en beloningsbeleid;
  • Scholing en begeleidingsbeleid.

Personeelszorg

  • Ziekteverzuim en arbo;
  • Re-integratie;
  • Bedrijfsmaatschappelijk werk;
  • Privacyreglement

Het ondersteuningsplan

De samenwerkingsverbanden passend onderwijs worden gevormd door alle schoolbesturen in een regio. Alleen het reformatorisch onderwijs heeft landelijke samenwerkingsverbanden. De hoofdtaak is het maken van gezamenlijk beleid om alle kinderen in de regio passend onderwijs te geven. Het geld dat bedoeld is voor extra ondersteuning van leerlingen valt onder het beleid en beheer van het samenwerkingsverband. Dit beleid wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan.

In het ondersteuningsplan moet minimaal het volgende beleid worden vastgelegd:

  • De ondersteuningsvoorzieningen voor alle leerlingen, met name voor de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben;
  • De beoogde kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning krijgen;
  • De basisvoorzieningen voor leerlingen op alle vestigingen van de scholen;
  • De criteria en procedures om leerlingen te plaatsen op het speciaal basisonderwijs (sbo), praktijkonderwijs (pro) en (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor de toelating op deze scholen, moet een leerling een zogenaamde toelaatbaarheidsverklaring (tlv) hebben;
  • De procedures en het beleid om leerlingen terug of over te plaatsen naar het regulier onderwijs.
  • De procedures, criteria en het beleid over het verdelen, besteden en toewijzen van ondersteuningsgelden aan scholen (meerjarenbegroting). Hierbij wordt ook rekening gehouden met de personele en materiële kosten van verwijzingen van leerlingen tijdens een schooljaar;
  • De wijze waarop ouders geïnformeerd worden over de extra ondersteuningsmogelijkheden in het samenwerkingsverband en de manier waarop ze begeleid worden;
  • Samenwerking en overleg tussen de samenwerkingsverbanden onderling en met de gemeenten en instellingen.

Kortom, al het beleid op het gebied van onderwijs, financiën, personeel, communicatie en samenwerkingen staan in het ondersteuningsplan. Naast deze wettelijk voorgeschreven onderwerpen mogen ook andere afspraken in het ondersteuningsplan worden opgenomen. In veel ondersteuningsplannen staat bijvoorbeeld een hoofdstuk over de (bestuurlijke) organisatie. Soms worden ook over het personeel beleidspunten opgenomen in een ondersteuningsplan. Hierbij geldt altijd dat de bestuurder dit aan de MRp voorlegt. Het personeel is immers de eerst belanghebbende en is niet vertegenwoordigd in de OPR.

Aanvullen en wijzigen ondersteuningsplan

Veel ondersteuningsplannen worden periodiek aangevuld en gewijzigd. Omdat ook de meerjarenbegroting deel uitmaakt van het ondersteuningsplan vindt in (bijna) elk samenwerkingsverband jaarlijks een bijstelling plaats.

(Verplichte) activiteiten en inzet van personeel

Het samenwerkingsverband heeft een aantal wettelijke taken, waar personeel voor nodig is. Het samenwerkingsverband bepaalt hoe deze taken worden uitgevoerd en door wie. Verplichte werkzaamheden zijn:

  • De administratie van:
  • Het opstellen van een deskundigenadvies voor elke aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring;
  • Het informeren en ondersteunen van ouders;
  • Bezwaarschriftencommissie.

In het ondersteuningsplan kunnen ook andere niet-wettelijk verplichte taken worden opgenomen. Onder andere met betrekking tot eigen beleidskeuzes.

  • Kosten voor een Raad van Toezicht en een College van Bestuur of directeur/bestuurder voor een algemeen bestuur met een directeur van het samenwerkingsverband;
  • Secretariële en staffuncties op een bestuursbureau;
  • Ambulante begeleiding en/of ander inhoudelijk personeel dat bijvoorbeeld in een expertisecentrum werkzaam is van (de scholen in) het samenwerkingsverband;
  • Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum (OPDC) of eventueel andere tussenvoorzieningen die rechtstreeks onder het samenwerkingsverband vallen.
  • Deskundigenadvies voor ‘arrangementen’ zonder toelaatbaarheidsverklaring. Het gaat hier vaak om arrangementen binnen het regulier onderwijs voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
  • Andere werkzaamheden die het samenwerkingsverband zinvol vindt en in de begroting meeneemt.

Voorbeelden medezeggenschapsdocumenten

Elk samenwerkingsverband moet drie documenten in het kader van de medezeggenschap opstellen.

  1. Het medezeggenschapsstatuut, waarin met name de organisatie van de gehele medezeggenschap in het samenwerktingsverband én de faciliteiten voor de leden in de OPR en de MRp zijn beschreven.
  2. Het medezeggenschapsreglement voor de OPR.
  3. Het medezeggenschapsreglement voor de MRp.

De verschillende modelreglementen kun je downloaden op voo.nl.

De MRp heeft twee derde meerderheid instemmingsrecht op het medezeggenschapsstatuut (ook de OPR moet hiermee instemmen) en op het medezeggenschapsreglement van de MRp zelf.