Ervaring van Annet Kil-Albersen en Daan Thomas

Annet is voorzitter van het College van Bestuur van de Gooise Scholen Federatie en Daan werkt op het Adriaan Holst College als docent LO en voorzitter van de GMR.

‘De verbinding is er altijd’

Annet Kil-Albersen is voorzitter van het College van Bestuur van de Gooise Scholen Federatie en Daan Thomas werkt op het Adriaan Holst College als docent LO en voorzitter van de GMR. De GSF telt 8 scholen en ruim 7.000 leerlingen. Dat zij dit interview samen geven, vinden ze niet meer dan vanzelfsprekend.

Hoe belangrijk is medezeggenschap op de GSF?

Thomas: ‘We willen zo graag mogelijk blijven leren. En dan niet alleen op schoolniveau, maar ook op bestuursniveau. Daar heb je kritische vrienden voor nodig. En daar komt de MR in beeld. Al het beleid komt langs, wordt getoetst en we mogen erover meepraten.’
Kil-Albersen: ‘Ik ben als docent begonnen en ben ook voorzitter van een MR en een GMR geweest. Toen al vond ik het belangrijk dat je zoveel mogelijk samen optrekt. En dat doen we nu nog steeds. Al hebben we de samenwerking inmiddels geprofessionaliseerd.’

In welk opzicht?

Kil-Albersen: ‘We zijn zogeheten maatrelaties aangegaan in de GMR. Zo heb je een portefeuillehouder financiën en beheer in het bestuur en ook één in de GMR. Die twee zijn dan maten. Ze ontwikkelen sámen beleid en stemmen het aan de voorkant af. Als het daarna op tafel komt, dan is het al door de hele wasstraat heengegaan.’
‘Dat doen we niet alleen voor een goede samenwerking, maar vooral met het oog op het onderwijs. Alles wat we aan beleid ontwikkelen, moet in het belang zijn van de school en het onderwijs. Je hebt de bril van de docent en de schoolleider nodig om te zien of dat daadwerkelijk het geval is.’

Hoe was dat toen jij zelf voorzitter van de MR was?

Kil-Albersen: ‘Toen ik in de jaren negentig begon als MR-voorzitter, was er een soort vechtmodel tussen de MR en de schoolleiding. Dat hebben we veranderd. Bijvoorbeeld door tussen het PMR-vooroverleg en het brede MR-overleg altijd met elkaar te gaan eten. Dat informele moment heeft veel goeds gedaan. Op de GSF kopiëren we nu wat ik toen al zo belangrijk vond: samen optrekken.’

In een GMR gaat het om zaken die de school overstijgen. Het gesprek gaat dan vaak op een hoger niveau. Kunnen leerlingen en docenten dat aan?

Thomas: ‘Soms is het wel lastig. Als docent is lesgeven je werk en komt medezeggenschap daar bovenop. Aangezien je dat maar een paar uurtjes per week doet, heb je al snel een achterstand ten opzichte van de bestuurder. Je bent al blij als je alle stukken hebt gelezen en alle afkortingen geleerd hebt. Daarom ben ik voorstander van de eerder genoemde maatrelatie. Omdat je meekijkt op één bepaald onderdeel, doe je op dat vlak expertise op. En dan kun je ook echt wat toevoegen.’

Welke kwaliteiten moet je hebben als bestuurder om succes te hebben in de medezeggenschap?

Kil-Albersen: ‘Je moet om te beginnen voorstander zijn van gedeeld leiderschap. Je moet je ook open kunnen stellen voor andere visies en meningen. En je moet transparant zijn. Soms kunnen bepaalde dingen niet, maar dan moet je dat wel goed uitleggen.’
‘Je moet ook geduld opbrengen. Sommige thema’s vragen wat meer tijd om te doordenken en soms heeft een voorstel meer tijd nodig om steun te vinden. Dan moet je er een paar keer op terug komen en geen haast hebben. Vaak zie je dat er dan uiteindelijk betere afspraken uit komen, dan je zelf op papier had gezet.’

Wat zijn lastige thema’s binnen de GMR?

Thomas: ‘Corona natuurlijk. Met het oog daarop komen het dagelijks bestuur van de MR en het College van Bestuur wekelijks online bij elkaar. Daarnaast zijn we bezig met een nieuw functiehuis. Dat is wel een spannend onderwerp. De PGMR-leden moeten goed meegenomen worden in het hele proces. Doe je dat niet, dan kunnen ze het voorstel wegstemmen zonder dat je weet welke afslag je verkeerd hebt genomen in het proces. En dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen.’

Wat waardeer je in Annet?

Thomas: ‘Ik waardeer heel erg de directe lijn. Soms vinden we elkaar niet helemaal tijdens de vergadering en komen we niet direct tot besluitvorming. In formeel opzicht moet je dan wachten tot de volgende vergadering. Maar bij de borrel na afloop spreken we elkaar weer. En dan weten we waar het echt om gaat. We weten elkaar altijd snel te vinden via de app, de mail of door te bellen. Daardoor is de verbinding er de hele tijd. En dat waardeer ik.’

En wat waardeer jij in Daan?

Kil-Albersen: ‘Daan is heel professioneel en constructief als voorzitter. En er zijn weleens onderwerpen die ingewikkeld zijn. Dan staan we niet tegenover elkaar, maar zoeken we elkaar juist op. En dat is vooral te danken aan Daan. Hij kijkt altijd naar wat we wél voor elkaar kunnen betekenen, in het belang van de school en de leerlingen.’